Islamitische staat– deel 3: wat wil IS en hoe ver gaan ze in het gebruik van geweld?

IS associëren wij vooral met het gebruik van extreem geweld, maar wat wil IS nu eigenlijk bereiken? Wat is het uiteindelijke doel? En hoe ver gaan ze in het gebruik van geweld? Dit is deel 3 in een serie blogs over IS.

Een paar dagen nadat ISIS het kalifaat had uitgeroepen in juni 2014, riep Abu Bakr al-Baghdadi zich uit tot kalief en tevens leider van alle moslims ter wereld. Ook riep hij alle moslims op om naar het kalifaat te komen. IS hangt het Salafisme aan, dat is een beweging die westerse waarden (zoals o.a. democratie, mensenrechten en modernisering) volledig verwerpt en terug wil naar de pure islam. De proclamatie van de Islamitische Staat betekent voor extremistische moslims het realiseren van hun doel: een eigen staat waar conform de orthodoxe, islamitische wetten en gewoonten geleefd kan worden met als hoop en doel de gouden tijden van de islam te laten terugkeren. Daarnaast echter riep al-Baghdadi moslims op om mee te vechten in de Jihad. IS ziet het als haar taak de wereld te zuiveren en het kalifaat steeds verder uit te breiden. Voor moslims is het, aldus deze leer een religieuze plicht om de Jihad te steunen, aldus Wood in de Atlantic. Door tegenstanders van IS wordt wel gesteld dat IS niets met de Islam te maken heeft (zie bv. een Nederlandse topambtenaar), maar experts stellen dat IS wel degelijk zeer islamitisch is. Weliswaar betreft het een opvatting die de meerderheid van de moslims niet deelt, maar om IS niet als islamitisch te zien, is niet juist en volgens sommigen zelfs gevaarlijk aldus o.a. Bakas en Wood in de Atlantic.

In de heilige strijd rond de utopische Islamitische Staat wordt het gebruik van extreem geweld niet geschuwd. Het veroveren van gebieden gaat veelal met massaslachtingen gepaard. Zo werden bij de verovering van Tikrit 560 tot 770 Iraakse regeringssoldaten gedood door ISIS (zie rapportages van Human Rights Watch). IS zelf claimt dat het zelfs om 1700 mannen gaat. Ali Hussein Kadhim overleefde de executie door te doen alsof hij dood was en werd door de New York Times geïnterviewd (zie ook reportage NRC en Volkskrant). In de strijd in Irak zouden alleen al in 2014  15.000 doden zijn gevallen en in Turkije zijn al 1,3 miljoen vluchtelingen 1,3 miljoen vluchtelingen opgevangen om maar een paar cijfers te noemen. In haar strijd maakt IS verder veelvuldig gebruik van zelfmoordaanslagen, martelingen en amputaties, ontvoeringen, onthoofdingen en seksueel geweld (vrouwen die gevangen genomen zijn, worden routinematig verkracht en vervolgens als oorlogsbuit beschouwd of als slavinnen verkocht, aldus de VN) en mogelijk zelfs gifgas. Niet alleen vijandige soldaten maar ook burgers zijn hier het slachtoffer van. Zelfs kinderen worden niet gespaard maar gemarteld, tot zelfmoordaanslagen gedreven of als seksslaven verkocht, aldus de VN.  Organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch maken regelmatig melding van de geconstateerde schendingen en de VN spreekt van misdrijven tegen de menselijkheid en mogelijk is zelfs sprake van  genocide.

Niet alleen vijandige
soldaten krijgen het zwaar te verduren, maar soldaten binnen de eigen gelederen
kunnen het slachtoffer worden: zo worden soldaten
van IS zelf die voor de vijand op de vlucht slaan, gedood omdat ze niet moedig
genoeg zijn. Buitenlandse strijders leven soms in een grote
angst
. Het gebeurd regelmatig dat zij brute opdrachten moeten uitvoeren
waarbij hun loyaliteit
op de proef gesteld wordt
en als ze niet willen vechten worden
ze zelf gedood
.  Overigens vallen
niet alleen vijandige soldaten dit lot ten deel: burgers in veroverde gebieden
die IS niet steunen of zich niet willen bekeren worden gedood. Wil IS wel
steunt mag blijven leven maar moet zich aan de strenge leefregels die binnen
het kalifaat gelden houden. Wie dat niet doet wordt eveneens streng gestraft. Zo
legt de sharia wetgeving aan degene die zondigen of als afvalligen gezien
worden extreem zware straffen op zoals het afhekken van ledematen, andere
lijfstraffen en openbare terechtstellingen. Niet alleen op expliciete
overtredingen staan straffen maar ook kritiek is niet gewenst: zo werd een
geestelijke die bezwaar maakte tegen het levend verbranden van mensen vervolgd
vanwege die uitspraak.

Opvallend daarbij is dat IS
het gebruik van dit extreme geweld niet verbergt zoals de meeste regimes doen,
integendeel: het geweld vindt niet alleen in het openbaar plaats, ook worden
filmpjes op internet gezet en worden terroristische aanslagen in openbare
boodschappen nadrukkelijk geclaimd. We kennen allemaal de martelaars video’s
van zelfmoordterroristen en videoboodschappen waarin terroristen als Bin laden
aanslagen claimen, maar IS heeft daar een dimensie aan toegevoegd: het
verspreiden van de onthoofding video’s. Journalisten en hulpverleners die
ontvoerd, gevangengehouden en onthoofd worden, waarna de filmpjes daarvan op
internet verspreid worden. James Foley was op 19 augustus 2014 het eerste
slachtoffer daarvan waarna  nog anderen
volgden. Ook werden gevangengenomen Koerdische
strijders
in kooien gezet en gefilmd; werden beelden getoond van grote
groepen onthoofde slachtoffers en werd de neergeschoten
Jordaanse piloot in een kooi geplaatst en levend verbrand
. Op internet is
zelfs een boek geplaatst met de titel Management van wreedheden (zie voor een Engelstalige
versie
dat instrueert hoe het geweld te gebruiken (het programma Bureau
Buitenland van de VPRO
rapporteerde hierover).

Volgens deskundigen is het
gebruik van geweld een wezenlijk onderdeel van de Islamitische staat. Volgens Pieter Nanninga, die
promoveerde op een proefschrift naar zelfmoordaanslagen is extreem geweld voor
IS een bewuste tactiek om media-aandacht te trekken en de eigen boodschap naar
voren te brengen. Zo heeft IS een geheel
eigen netwerk van sociale media
en maar liefst 46.000
Twitter accounts
en zijn de propaganda filmpjes die het maakt, zeer
professioneel. Een eerste doel dat IS wil bereiken is het tonen van hun
minachting voor andersdenkenden en het verspreiden van de duidelijke boodschap
dat ze nergens voor terugschrikken en tot alles in staat zijn. Daarnaast is het
doel het zaaien van angst. Een tactiek die al zijn vruchten afgeworpen lijkt te
hebben toen Irakese regeringssoldaten na berichten dat IS in aantocht zou zijn,
massaal op de vlucht sloegen. Met het openlijke geweld en de geweldsdreiging
probeert IS ook de Westerse staten onder druk te zetten. Met videoboodschappen
waarin onder andere met terroristische
aanslagen in Londen, Parijs en Washington
en eerder al Brussel
gedreigd wordt, proberen ze angst te zaaien en het gewone openbare leven in die
landen te ontwrichten. IS maakt daarbij handig gebruik van het feit dat geweld
voor veel mensen afschrikwekkend is en mensen angst aanjaagt. Voor de IS
strijders zelf is dat veel minder het geval. Volgens hun geloof is de
martelaarsdood in de strijd tegen de ongelovigen en afvalligen immers het
hoogst haalbare.

Voor de strijders van IS ligt
de legitimatie voor het gebruik van geweld tegen hun tegenstanders en vijanden
in hun geloof. In hun snelle en succesvolle opmars zien ze een teken van God: blijkt
daar immers niet uit dat God hun steunt? Tegenstanders zijn al degenen die een
ander geloof of zelfs al een minder extremistische variant daarvan aanhangen.
De grootse vijand is Amerika dat het door IS verafschuwde materialistische en
decadente leven lijkt te verheerlijken. Maar verder worden ook alle
niet-moslims als vijanden gezien. Het christelijk geloof wordt een vals geloof
genoemd. Wel krijgen Christenen de kans zich tot de islam te bekeren. Doen ze
dat niet dan worden ze meestal gedood, een enkele keer mogen ze blijven leven
op voorwaarde dat ze extra belasting betalen en hun onderwerping erkennen (zie Wood
in de Atlantic
). Maar ook moslims zelf die een andere of minder extreme
variant van het islamitische geloof aanhangen worden als vijanden gezien. Voornaamste
vijand zijn de sjiieten, die de Koran willen vernieuwen en moderniseren. Door
IS wordt iedere vernieuwing als een ontkenning van de oorspronkelijke perfectie
van de Koran gezien en dus worden de sjiieten door de extremistische soennieten
als afvalligen en vijanden gezien, misschien nog wel ergere vijanden dan niet
moslims. Ze worden gedood en hun moskeeën worden verwoest. IS stelt zich op het
standpunt dat iedere moslim die de wetten van de mens boven die van God stelt
een afvallige is. Dat betekent dat alle moslims die het politieke gezag in een
land – om het even welk land – eveneens als ongelovigen en afvalligen gezien
worden: ze plaatsen het wereldlijke leiderschap immers boven God en dat is een
doodzonde. Dat betekent dus dat niet alleen alle staatshoofden en
staatsfunctionarissen van moslim landen zelf maar ook alle moslims die
dergelijke staten ondersteunen en gaan stemmen als afvalligen worden gezien.

IS-aanhangers zien zichzelf
als superieur, de uitverkorenen. Hun vijanden worden de vijanden van God
genoemd. In de documentaire van Vice
News zegt een strijder: ‘Het zijn ongelovigen, zij zijn de vijanden van onze
religie, the vijanden van God, de vijanden van de mensheid en het geloof. Dankzij
God openen wij het vuur op hen. Wij vragen God om ons de overwinning te
schenken.’ De leider predikt voor de volgelingen en roept iedereen die wil
bereiken wat God beloofd heeft op om de heilige strijd aan te gaan (de Jihad).
In ceremonies waar mannen hun wapens tonen wordt gezongen dat ze Amerika in
tweeën hebben gesplitst, de Europese staten hebben verwoest en het kalifaat
terug hebben gebracht ondanks de tirannen. Kinderen worden opgeleid tot de
nieuwe generatie strijders. Zij moeten immers later de leiders van de wereld
worden. De indoctrinatie werkt: in de documentaire van Vice vertellen zeer
jonge kinderen van 9-11 jaar op strijdlustige wijze dat ze jihadist willen
worden en naar het kamp willen om getraind te worden. Een jonge jongen roept:
‘Wij zullen de vijanden van de godsdienst vernietigen, allemaal, wij vechten
voor de islamitische staat. We vechten voor het kalifaat en het kalifaat zal
heersen tot het einde van de wereld’ en ‘de zege komt van God in de ramadan.’
Kinderen jonger dan 15 gaan naar een sharia kamp om meer over hun geloof en
godsdienst te leren. Vanaf 16 jaar gaan ze naar een militair kamp. Degene die
een training hebben ondergaan en ouder zijn dan 15 jaar, kunnen mee doen aan de
gewapende strijd.