Vrouwelijke daders

Vorige week werd in België een vrouw gearresteerd die ervan wordt verdacht in Liberia oorlogsmisdaden te hebben gepleegd. In de media wordt zij afgeschilderd als wreed en sadistisch: zij zou vele honderden mensen hebben gedood en naar verluidt enkelen zelfs hebben opgegeten. Dit zijn vreselijke verdenkingen, maar opvallend is dat het gegeven dat de verdachte een vrouw is, meer nieuwswaarde heeft dan de  feiten zelf.


 
Sinds de oprichting van de internationale straftribunalen die verdachten van internationale misdrijven berechten, zijn we eraan gewend geraakt om mannen in het beklaagdenbankje te zien en te horen welke afschuwelijke wreedheden zij hebben begaan. Van alle door deze tribunalen veroordeelden (en dat zijn er meer dan 280) zijn er maar twee vrouw. De eerste vrouw die ooit door een dergelijk tribunaal vervolgd, berecht en veroordeeld werd, was Biljhana Plavsic, een politica die door het Joegoslavië tribunaal (ICTY) wegens misdrijven tegen de menselijkheid - na een plea agreement - tot 11 jaar gevangenisstraf werd veroordeeld. De tweede vrouw was Pauline Nyiramasuhuko. Zij werd door het straftribunaal in Rwanda (ICTR) schuldig bevonden aan genocide en seksueel geweld en tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Naast deze twee vrouwen zijn tot op heden slechts twee andere vrouwen aangeklaagd: Ieng Thirith werd aangeklaagd door het zogeheten Rode Khmer Tribunaal, oftewel de Extra-ordinary Chambers of the Courts in Cambodia (ECCC). Haar zaak werd evenwel aangehouden omdat zij mentaal niet fit genoeg zou zijn om terecht te staan. De tweede vrouw is Simone Gbagbo. Zij werd door het Internationale Strafhof aangeklaagd (ICC) voor misdrijven tegen de menselijkheid. Zij is de vrouw van Laurent Gbagbo, de voormalige president van Ivoorkust, die momenteel ook terecht staat voor het Internationale Strafhof .

 

Derhalve zijn minder dan 1% van alle verdachten die vervolgd, aangeklaagd en veroordeeld zijn door de internationale strafhoven en tribunalen, vrouwen. Dat is een buitengewoon klein percentage. Wel zijn er veel meer vrouwen vervolgd door nationale autoriteiten, zoals twee nonnen die enkele jaren geleden werden vervolgd in België voor hun rol in de genocide in Rwanda en Yvonne B. die in Nederland, eveneens voor haar rol in de genocide in Rwanda in 1994, terecht stond. Hoewel geen exacte cijfers beschikbaar zijn, vormen ook op nationaal niveau vrouwen een kleine minderheid van al degenen die vervolgd worden. Dit roept de vraag op waarom er zo weinig vrouwen vervolgd worden. Begaan - op een enkele uitzondering na - alleen mannen massale wreedheden? Zijn vrouwen vredelievender dan mannen en niet in staat om massale wreedheden te begaan? Of kunnen we andere redenen aanwijzen waarom er maar zo weinig vrouwen vervolgd zijn?

 

Een reden zou kunnen zijn dat deze hoven en rechtbanken zich richten zich op specifieke groepen daders, namelijk de (politieke) leiders en de fysieke daders. Vrouwen blijken nu juist binnen deze twee groepen (zowel binnen het politieke establishment als binnen de gemilitariseerde eenheden) sterk ondervertegenwoordigd. Er zijn echter nog andere groepen daders. En in deze groepen, spelen vrouwen wel degelijk een rol. Uit onderzoek is gebleken dat veel meer vrouwen dan lang werd aangenomen op de een of andere manier betrokken zijn geweest bij het plegen van massale en extreme wreedheden. Zo hadden bijvoorbeeld veel vrouwen in Nazi Duitsland en later ook in Rwanda ten tijde van de genocide een administratieve en ondersteunende rol. Ook zijn veel vrouwen als gevangenisbewaarders, ondervragers, moordenaars en zelfs als zedendelinquenten betrokken geweest bij internationale misdrijven. Vooral de massale betrokkenheid van vrouwen bij de genocide in Rwanda trok de aandacht van de wereld. Naar aanleiding daarvan publiceerde African Rights een rapport getiteld ‘Not so innocent – when women become killers’. Maar er zijn meer voorbeelden. Recent onderzoek heeft bijvoorbeeld aangetoond dat vrouwen een heel prominente rol in de Nazi-Holocaust hebben gespeeld. Zij waren goed vertegenwoordigd binnen het bureaucratische staatsapparaat dat de genocide organiseerde en waren actief als verpleegkundigen in het Euthanasie-programma of als kampbewaarders in de concentratiekampen. Ook waren vrouwen betrokken bij de oorlog in voormalig Joegoslavië en een aantal van hen staat momenteel terecht in Bosnië-Herzegovina. De foto's van de mishandeling van Iraakse gevangenen in Abu Ghraib toont verder aan hoe vrouwelijke Amerikaanse soldaten een rol speelden in de seksuele vernedering en marteling van Irakese gevangenen in de ‘War on Terror’. Ook blijken veel vrouwen actief te zijn in conflicten in Afrika en onlangs meldde de Daily Mirror dat Britse vrouwelijke jihadisten bordelen runnen waar soldaten van de Islamitische Staat ontvoerde vrouwen kunnen verkrachten (lees verder). Deze jonge Britse vrouwen - van wie er één een 20-jarige studente uit Glasgow was -  zijn met hun universitaire studie gestopt om op deze wijze een bijdrage te leveren aan de strijd van de Islamitische Staat.

 

De vele voorbeelden in de literatuur laten zien dat vrouwen net zo goed als mannen betrokken kunnen raken bij extreme misdrijven. De wijze waarop vrouwelijke daders in de media en literatuur geportretteerd worden, lijkt te suggereren dat zij ofwel door mannen gedwongen worden dergelijke wreedheden te begaan ofwel  geestelijk gestoord zijn.  Er zullen ongetwijfeld vrouwen zijn (net zo goed als er mannen zijn) die onder invloed van een geestelijke stoornis tot hun vreselijke daden komen. Maar het gaat dan waarschijnlijk om een zeer kleine minderheid. Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen vaak dezelfde motieven hebben als hun mannelijke collega's en dat derhalve ook vrouwen door ideologie, hebzucht en angst gedreven kunnen worden. De wijze waarop vrouwen worden getraind en betrokken raken bij extreme wreedheden verschilt niet veel van de manier waarop dat bij mannen gebeurt. Wel is een belangrijk verschil tussen mannen en vrouwen dat laatstgenoemden in militaire eenheden zoals leger nog steeds sterk ondervertegenwoordigd zijn en vooralsnog nog lang niet overal als gelijken gezien worden. Gemilitariseerde eenheden zijn doorgaans mannenbolwerken en vrouwen worden vaak alleen in een ondergeschikte en ondersteunende hoedanigheid schoorvoetend toegelaten. Zo mogen vrouwen vaak niet actief deelnemen aan de gewapende strijd. Ook gelden er ten aanzien van vrouwen allerlei vooroordelen als zouden ze niet dapper, sterk en moedig genoeg zijn en geen leiding kunnen geven.

 

Als een gevolg hiervan zijn vrouwen die zich wel - al dan niet vrijwillig- bij gemilitariseerde eenheden hebben aangemeld - kwetsbaarder dan hun mannelijke collega’s maar ook uitermate gedreven. Ze willen zichzelf bewijzen en aantonen dat ze niet de mindere zijn. Dit kan ertoe leiden dat ze soms heel moedig voorop gaan in de strijd maar ook  dat zij extreme(re) wreedheden begaan: alleen maar om te laten zien dat ze niet onder doen voor hun mannelijke collega’s.

 

Uiteindelijk moet de conclusie zijn dat mannen en vrouwen niet zo heel veel van elkaar verschillen en dat beide even goed in staat zijn om extreme misdrijven te begaan. Het feit dat de media het vrouw-zijn benadrukt, zou heel goed kunnen worden verklaard door het feit dat het als schokkender ervaren wordt als een vrouw een extreme gruweldaad begaat dan wanneer een man dat doet.

 

 

Literatuur:

 

  • African Rights  (1995). Rwanda - not so innocent - when women become killers, London.
  • Kompisch, K. (2008). Täterinnen - frauen im Nationalsozialismus, BÖhlau Verlag Köln.
  • Lower, W. (2013). Hitlers Furiën - vrouwelijke beulen in de killing fields van de Holocaust, Spectrum.
  • Sjoberg, L. & C.E. Gentry (2007). Mothers, monsters, whores - women's violence in Global politics.
  • Smeulers, A. (2015). Female perpetrators: ordinary or extra-ordinary women? International Criminal Law Review 15(2), 207-253 (lees verder)
    .

 

 

Alette Smeulers op 2 Oktober 2014.