Opleiding tot folteraar

Foltering is een van de meest extreme en brute misdrijven die de mens kan begaan. Instinctief beschouwen we folteraars als brute sadisten, maar de praktijk heeft geleerd dat bijna iedereen kan worden opgeleid tot folteraar.

 

De documentaire ‘Your neighbour’s son’, die nu voor het eerst, zij het alleen nog maar in de oorspronkelijke Grieks/Deense versie beschikbaar is op internet, laat zien hoe rekruten binnen drie maanden tijd werden opgeleid tot folteraar. De documentaire is gebaseerd op de opleiding bij de militaire politie (ESA) onder het kolonelsregime in Griekenland (1967-1974). Belangrijker dan het feit dat deze opleiding in Griekenland bestond, is dat deze documentaire de gevaren van een extreme militaire training laat zien. De documentaire toont -samen met de informatie die overigens beschikbaar is, zoals enkele artikelen en een boek over deze opleiding - aan dat in beginsel iedereen tot folteraar opgeleid kan worden.

 

Ieder leger probeert zijn soldaten zo goed mogelijk voor te bereiden op een oorlog. Dat is geen gemakkelijke opgave, daar de meeste mensen bij gevaar de instinctieve drang hebben om te vluchten, terwijl soldaten in het leger nu juist de gevaren moeten trotseren en in voorkomend geval het gevecht moeten aangaan. Binnen een training is het dus zaak om ervoor te zorgen dat soldaten niet alleen fysiek sterk genoeg worden en de vaardigheden krijgen die nodig zijn om goed de strijd te kunnen aangaan, maar ook dat zij hun angst overwinnen. De angst om gedood te worden, maar ook de angst om te doden. Dit vereist een vrij zware training en rekruten in bijna alle legers doorlopen dan ook een specifieke training waarin ze leren om te overleven onder moeilijke omstandigheden en te vechten in plaats van te vluchten. De opleiding in Griekenland ging echter een stuk verder. De geselecteerde rekruten waren gewone dienstplichtige jongens uit het reguliere leger. Ze hadden geen idee waarom ze werden geselecteerd, noch hoe lang de opleiding zou duren en waar de opleiding uiteindelijk toe zou leiden. Wel kregen ze te horen dat ze er trots op moesten zijn dat ze uitverkoren waren voor dit elite korps, de militaire politie.

 

Meteen bij aankomst in het opleidingscentrum (KESA) begon voor de nieuwelingen een volkomen onverwachte en ongekende fysieke en psychische mishandeling. De rekruten werden continu beledigd, vernederd, geslagen, geschopt en gegeseld. Ze moesten extreme fysieke inspanningen verrichten tot aan instorten en totale uitputting toe. Ook 's nachts werden ze niet met rust gelaten en volgden eindeloze drills. Op deze manier zorgden de opleiders ervoor dat de rekruten niet tot rust konden komen, een slaapgebrek ontwikkelden en uiteindelijk totaal uitgeput raakten. Dit maakte hen weerloos en onderdanig. Telkens als een van de rekruten door vermoeidheid of uitputting overmand niet meer in staat was om aan de eisen te voldoen, dan werd hij vernederd, belachelijk gemaakt en gestraft ten overstaan van zijn collega's. Soms ook werd de hele groep gestraft als represaille voor het feit dat één enkele rekruut de opdracht niet snel genoeg had volbracht. Rekruten die derhalve moeite hadden het tempo te volgen maakten zich niet populair bij hun collega’s.

 

De straffen die aan de individuele rekruut of de groep als geheel opgelegd werden, waren vaak absurd en pijnlijk en dienden geen ander doel dan totale vernedering en onderwerping van de rekruten. Zo moesten alle leden van de groep regelmatig op hun knieën over een weg vol scherpe stenen voortbewegen of moesten ze hun militaire baretten opeten. De opgelegde straffen waren vaak ook wreed: in sommige gevallen werden de rekruten achter een auto aan voortgesleept, moesten zij een brandende sigaret opeten of een schijnexecutie ondergaan. Ook moesten ze vaak allerlei absurde, irrationele en vernederende taken uitvoeren. Tijdens de opleiding gebeurde het ook vaak dat de rekruten basisbehoeften, zoals voedsel en sanitaire voorzieningen, werden onthouden. Dergelijke basisbehoeften werden omgezet in privileges die ze moesten verdienen. Zo mochten de rekruten op een gegeven moment drie dagen lang niet naar de wc. Dit leidde ofwel tot extreme maag- en darmklachten ofwel – als de rekruut besliste om geen weerstand meer te bieden tegen de aandrang naar de wc te moeten - tot zeer gênante en pijnlijke situaties.

 

Dit alles zorgde ervoor dat de rekruten zich nooit op hun gemak voelden, nooit tot rust kwamen, nooit enige privacy hadden en zich continu onveilig en bedreigd voelden. In deze onveilige en gewelddadige sfeer waren ze volledig overgeleverd aan de genade van hun superieuren, die hen voortdurend beledigden, bedreigden en belachelijk maakten. Vooral de onvoorspelbaarheid van de op te leggen straffen en de nutteloosheid van een aantal van de taken die ze moesten uitvoeren, maakten dat de rekruten zich volledig machteloos voelden en zich snel probeerden te schikken in hun rol waarin absolute gehoorzaamheid en volledige loyaliteit werd geëist. Wat verder meespeelde was dat de rekruten niet wisten waarom ze geselecteerd waren, hoe lang de opleiding duurde en waarvoor ze werden opgeleid. Omdat ze verder ook volledig van de buitenwereld waren afgesloten, voelden ze zich eenzaam en werden ze vooral door een sterke overlevingsdrang gedreven. Dit leidde er toe dat ze uiteindelijk vrijwel allen een blinde en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de dag legden. Een van de rekruten getuigde later in de rechtszaak tegen hun opleiders: "Ze veranderden ons in instrumenten. Mensen zonder een eigen wil, die gehoorzamen ... Je werd getraind om niet meer na te denken. '

 

Er zijn veel overeenkomsten tussen de opleiding die ‘gewone’ militairen moeten ondergaan en de opleiding van deze rekruten. Het belangrijkste verschil is echter dat de opleiding tot beul in Griekenland veel extremer was. Binnen deze Griekse opleiding werden de rekruten opgeleid tot een punt waarop hun gehoorzaamheid en trouw niet langer enkel functioneel, maar absoluut en onvoorwaardelijk was. Dit was een bewust doel opdat ze uiteindelijk ieder bevel, ook een bevel een medemens te folteren, zouden gehoorzamen.

 

Na drie maanden volgde een tweede selectie en werden de sterkste, meest gehoorzame en meest betrouwbare rekruten geselecteerd om gevangenisbewaarder te worden - een eufemisme voor folteraar. Er volgde een vervolgopleiding van opnieuw drie maanden waarin de rekruten langzaam maar zeker werden betrokken bij het folteren van politieke opponenten. De eerste kennismaking betrof vaak de zogeheten ‘tea-party’ waarbij een groep rekruten een gevangene gezamenlijk in elkaar sloeg. Daarna volgden andere folteringen en langzaam maar zeker werd de rekruut opgeleid tot een volwaardig folteraar die zelfstandig en alleen dit werk kon doen.

 

Na de val van het kolonelsregime ging een van de folteraars, Petrou, naar de politie om zichzelf aan te geven. Hij gaf toe dat hij veel mensen had gefolterd, maar hij zei ook dat hij was opgeleid om dit te doen. Tijdens het daaropvolgende strafrechtelijk onderzoek werd niet alleen duidelijk dat in het kolonelsregime systematisch werd gefolterd, maar ook werd ook duidelijk hoe de rekruten van de militaire politie opgeleid tot folteraar. In het proces – dat door Amnesty International het eerste folterproces werd genoemd - werden straffen tot 23 jaar opgelegd. Petrou kreeg een gevangenisstraf van zes jaar.

 

De documentaire: Your neighbour’s son kan worden bekeken op You-Tube - helaas is momenteel enkel de Griekse / Deense versie beschikbaar: Link

 

Literatuur:

 

  • Amnesty International (1977). Torture in Greece: the first torturers trial 1975, London: Amnesty International Publications
  • Gibson, J.T. & M. Haritos-Fatouras (1986). The education of a torturer, Psychology Today, 50-52 and 56-58.
  • Grossman, D. (1996). On killing: the psychological cost of learning to kill in war and society, Boston: Little, Brown and co.
  • Haritos-Fatouras, M. (2003). The psychological origins of institutionalized torture, London: Routledge.
  • Smeulers, A.(2011). Chapter 8 – Training and education of perpetrators in A. Smeulers & F. Grünfeld, International crimes and other gross human rights violations, Leiden: Martinus Nijoff Publishers. (lees verder)

 

Alette Smeulers -  9 September 2014.