Wie is Germain Katanga?

Germain Katanga werd geboren op 28 april 1978 in Ituri in de Democratische Republiek Congo (DRC) als lid van de Ngiti etniciteit. Hij is getrouwd en is vader van een zoon en een dochter. Katanga was de leider van de Force de Résistance Patriotique in Ituri (FRPI), één van de strijdende partijen in de oorlog in de DRC. Hij staat momenteel terecht voor het Internationale Strafhof in Den Haag. Het conflict in de DRC is een van de meest verwoestende en gewelddadige conflicten in de wereld. Volgens schattingen zijn meer dan 5 miljoen mensen gestorven in het conflict. Een aantal daarvan als direct gevolg van het oorlogsgeweld, een veel groter aantal door honger, dorst of ziektes terwijl ze op de vlucht waren voor dit oorlogsgeweld.

 

Het conflict dat in 1993 begon, is ondanks een vredesakkoord in 2003 nog steeds gaande. Een groot aantal gemilitariseerde eenheden vecht mee in het conflict. Een hiervan is de FRPI. Het gaat hierbij om een groep, bestaande uit rekruten van de Lendu en Ngiti etniciteit. De FRPI werd opgericht in november 2002 en begin 2003 werd Katanga tot leider uitgeroepen. De FRPI vecht samen met de Front des Nationalistes et Intégrationnistes (FNI) tegen de Union Patriotique de Congo (UPC) van Lubanga, een groep die voornamelijk bestaat uit Hema. Volgens een onderzoek dat is uitgevoerd door Lawry et al. hebben 46,3% van de huishoudens en dus meer dan 2 miljoen mensen in Ituri en Kivu te maken gehad met fysiek of seksueel geweld tijdens het conflict in de periode 1993-2010. Het geweld in Ituri is volgens dit onderzoek vooral gepleegd door de UPC (39,8%); de FNI (38,3%) en de Oegandese soldaten (18,4%). De FRPI wordt ook genoemd als een van de dadergroepen.

 

De regering van de DRC heeft de situatie in maart 2003 aan het Internationale Strafhof voorgelegd; in juni 2004 werd een onderzoek gestart. Opmerkelijk is dat op 11 december 2004 als onderdeel van het vredesproces, Katanga en vijf andere krijgsheren door president Joseph Kabila benoemd werden tot brigadier-generaal van de officiële strijdkrachten van de DRC (FARDC) ondanks zware kritiek van onder andere Human Rights Watch. In 2005 werd Katanga gearresteerd vanwege zijn vermeende betrokkenheid bij de moord op negen peace keepers. Op 2 juli 2007 vaardigde het Internationale Strafhof een officieel arrestatiebevel uit voor Katanga en op 17 oktober 2007 werd hij overgebracht naar Den Haag.

 

Katanga is een van de zes mannen die door het Internationale Strafhof is aangeklaagd voor misdrijven in de DRC en de tweede persoon die door dit hof in hechtenis werd genomen. De eerste persoon die door het Internationale Strafhof werd veroordeeld, was Thomas Lubanga van de UPC. Lubanga werd op 14 maart 2012 veroordeeld tot 14 jaar gevangenisstraf voor het ronselen kindsoldaten. Katanga stond samen met Mathieu Ngudjolo Chui, de vermeende leider van het FNI terecht. Het proces begon op 24 november 2007 en duurde tot mei 2012. Katanga werd aangeklaagd wegens misdaden tegen de menselijkheid, meer bepaald moord, verkrachting, seksuele slavernij en oorlogsmisdaden met inbegrip van het ronselen van kindsoldaten, het aanvallen van burgers, het opzettelijk doden van burgers en het vernietigen van eigendommen. In het proces stond de aanval op het dorp Bogoro van 24 februari 2003 centraal. Tijdens deze aanval werden ongeveer 200 burgers gedood. Katanga wordt ervan verdacht een van de leiders van deze aanval te zijn. Een van de gruwelijke details die bekend zijn is geworden is dat in de nasleep van de aanval burgers in een kamer gevuld met lijken werden opgesloten. Volgens Human Rights Watch was Katanga ook betrokken bij de aanval op het Nyakunde-ziekenhuis in september 2002 waarbij 1200 Hema werden vermoord. Dit incident maakt echter geen onderdeel uit van de tenlastelegging. In afwachting van het vonnis werden de zaken van Katanga en Chui afgesplitst. In december 2012 werd Chui vrijgesproken omdat niet kon worden bewezen dat hij  inderdaad de leider van het FNI was. Het vonnis van het Internationale Strafhof in de zaak tegen Katanga zal op 7 maart 2015 worden uitgesproken.



 Literatuur

 

  • Human Rights Watch (2005), D.R. Congo: army should not appoint war criminals.
  •  Lawry, L. A.M. de Brouwer, A. Smeulers, J.C. Rosa, M. Kisielewski, K. Johnson, J. Scott & J. Wieczorek (2014). The use of population-based surveys for prosecutions at the International Criminal Court: a case study of Democratic Republic of Congo, International Criminal Justice Review 24(1), 5-21. (lees verder)

 

Alette Smeulers op 6 maart 2014.