De jacht of Rudolf Hoess, kampcommandant van Auschwitz

In een onlangs verschenen boek beschrijft Thomas Harding de levens van Rudolf Hoess, de kampcommandant van Auschwitz, en Hanns Alexander, de man die hem uiteindelijk heeft gearresteerd. Na deze arrestatie moest Hoess terecht staan voor zijn rol in Auschwitz en de Holocaust. Het meest interessante aspect van het boek is om te zien hoe de jeugd en het latere leven van deze twee mannen vrijwel geheel bepaald wordt door de opkomst van Hitler en hoe ze ten gevolge van Hitler’s genocidale beleid uiteindelijk lijnrecht tegenover elkaar komen te staan: de één als dader en de ander als slachtoffer. Hun paden kruisen letterlijk als na de oorlog, Hanns Alexander als lid van de eenheid van oorlogsmisdaden vermeende oorlogsmisdadigers opspoort en overdraagt aan de autoriteiten ten behoeve van hun strafvervolging en vanuit die hoedanigheid Hoess op het spoor komt.

 

Rudolf Hoess was commandant van Auschwitz in de jaren 1940-1943, en was als zodanig (mede)verantwoordelijk voor de moord op miljoenen joden. Het boek onthult niet veel nieuwe informatie over Hoess zelf. Na zijn arrestatie en tijdens het jaar in de gevangenis tot aan zijn executie heeft Hoess zijn autobiografie geschreven die in 1958 als boek getiteld ‘Kommandant in Auschwitz’ werd gepubliceerd (lees verder). Dit boek is zonder twijfel een van de meest boeiende boeken over het onderwerp en geeft een verhelderend inzicht in de geest van een dader en massamoordenaar. Een van de meest beklijvende passages is hoe Hoess beschrijft dat hij van zichzelf vond dat hij moest toekijken hoe Russische krijgsgevangenen werden vergast. Hij walgde naar eigen zeggen van wat hij zag, maar toch voelde hij zich verplicht om te blijven kijken en zijn emoties niet te tonen omdat hij wist dat iedereen naar hem keek. Hij vond dat hij als commandant van het kamp het goede voorbeeld moest geven en de gruwelijke taferelen moest aanschouwen zonder daarbij enige blijk van emotie te geven. Deze passage illustreert hoe deze man - zoals vele anderen - kritiekloos gehoorzaamden en zich alleen verantwoordelijk voelden voor de aan hen opgedragen taak. Hij voelde zich verantwoordelijk jegens zijn superieuren maar voelde geen enkele verantwoordelijkheid voor het lot van zijn slachtoffers. Hij kreeg de taak om hen uit te roeien, dus dat is wat hij deed. Hij stelde die opdracht nooit ter discussie en geloofde –zo blijkt uit zijn biografie- oprecht dat hij het juiste deed.

 

Interessant in ‘Hanns and Rudolf’ zijn verder vooral de interviews met de familieleden van Hoess, onder wie de tachtigjarige dochter van Hoess. Ze beschrijft haar vader als de mooiste man op aarde en hun leven in het huis net naast het concentratiekamp als een paradijs. Dit zijn pijnlijke opmerkingen voor de slachtoffers maar zij laten ook zien hoe de kinderen van Hoess hun wereld destijds hebben ervaren. Het toont aan hoe zeer Auschwitz een wereld op zich was en hoe Hoess als het hoofd van een familie had weten te bewerkstelligen dat zijn familie woonachtig in Auschwitz kennelijk toch een gelukkig familieleven kon voeren te midden van de grootste moordmachine ter wereld. We weten niet in hoeverre deze dochter destijds wist wat er gaande was, maar wat wel duidelijk is, ius dat zij nu zoveel jaren later en ondanks alles wat er over haar vader bekend geworden is, nog steeds geen kwaad woord over hem wil horen.

 

Het boek beschrijft verder hoe de familie van Hoess en met name zijn 16-jarige zoon na de oorlog onder druk werd gezet en gedwongen werd de verblijfplaats van hun man en vader te onthullen. Het beschrijft ook hoe Hoess zelf – na zijn arrestatie en later in de gevangenis - werd geslagen en mishandeld. Het gebruik van geweld ten opzichte van zowel Hoess zelf als zijn familie werd door zeer sterke en begrijpelijke emoties veroorzaakt. Tegelijkertijd is duidelijk dat zijn zoon niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor zijn vaders misdaden. En ook Hoess was na zijn arrestatie een ongewapende man die zich niet kon verdedigen en die niet langer een bedreiging vormde. In tegenstelling tot veel van zijn slachtoffers overleefde Hoess de mishandeling echter. Hij werd berecht en op 2 april 1947 ter dood veroordeeld door een Poolse rechter. Op 16 april 1947 werd Hoess opgehangen in Auschwitz. Tegen die tijd was Hanns Alexander alweer terug in het Verenigd Koninkrijk. Hij sprak zelden over deze fase in zijn leven. Dit boek onthult zijn verhaal en de rol die hij speelde in het leven van Hoess, een van de grootste massamoordenaars in de geschiedenis.

 

 

Literatuur:

 

  • Auschwitz in den Augen der SS – Rudolf Hoess, Pery Broad, Johann Paul Kremer, Auschwitz-Birkenau: Staatliches Museum 1998.
  • Harding, T. (2013). Hanns and Rudolf – The German Jew and the Hunt for the Kommandant of Auschwitz, London: William Heineman.
  • Hoess, R. (2000). Commandant of Auschwitz. The Autobiography of Rudolf Hoess. Phoenix Press: London.
  • Smeulers, A. (1996). Auschwitz and the Holocaust through the eyes of the perpetrators, Driemaandelijks Tijdschrift van de Stichting Auschwitz 50, 23-55. (lees verder)

 

 

 

Alette Smeulers 16 Februari 2014.