De bestudering van internationale misdrijven gebeurt veelal aan de hand van case studies. Een bepaalde casus wordt bestudeerd en geanalyseerd. Ook uit het vergelijken van verschillende gevalstudies kan lering getrokken worden. En tot slot worden ontwikkelde theorieën en verklaringsmodellen getoetst aan verschillende case studies.

Auschwitz en de Holocaust

De gruwelijke beelden van Auschwitz kort na de bevrijding door het Sovjet leger in 1945 schokten de wereld. Hoe kon dit gebeuren? Wie doet zoiets? Wie kan zo wreed en gruwelijk te werk gaan? Tot op de dag van vandaag houdt die vraag ons bezig en worden Auschwitz en de Holocaust nog steeds gezien als een van de meest extreme gruweldaden ooit begaan. Opmerkelijk en uniek is in ieder geval de mate waarin de genocide georganiseerd en gebureaucratiseerd was. Maar hoe zagen de daders Auschwitz? En wie waren zij? Hun daden waren zonder meer wreed en sadistisch maar waren de daders zelf ook sadisten? Sommigen wel, maar veruit de meesten niet. Zij waren gewone gezagsgetrouwe burgers die in hun eigen beleving niet meer of minder dan hun plicht deden. Ze volgden de bevelen naar eer en geweten op, aldus de daders zelf. Vrijwel alle daders waren geschokt op het moment dat ze in Auschwitz arriveerden en noemden Auschwitz de ‘anus mundi’. Maar na een tijdje raakten zij aan de omstandigheden gewend. In hun getuigenissen na de oorlog stelden ze steevast dat ze aan het geweld en de omstandigheden gewend raakten hoe onverklaarbaar ook en dat ze op dat moment er van overtuigd waren geweest het juiste te doen en hun land te dienen. Ze dehumaniseerden de slachtoffers, gebruikten eufemismen om hun eigen moorddadige werk te omschrijven en richtten zich op de technische perfectionering van hun taak. In de ogen van de daders lagen de politieke, juridische en morele verantwoordelijkheid voor de genocide bij de politiek leidinggevenden, mannen als Hitler, Himmler en Goering, terwijl zij slechts verantwoordelijk waren jegens hun directe superieuren.

In zijn autobiografie stelt Hoess, kampcommandant van Auschwitz: ‘whether the reasons behind the extermination of the Jews was necessary or not was something on which I could not allow to form an opinion.’ Hoess zag voor zichzelf een belangrijke taak als kampcommandant weggelegd in de uitvoering van dit bevel van hogerhand: 'I myself dared not admit to such doubt. In order to make my subordinates carry on with their task, it was psychologically essential that I myself appear convinced of the necessity for this gruesome harsh order. I had to exercise intense self-control in order to prevent my innermost doubts and feelings of oppression from becoming apparent. I had to appear cold and indifferent to events that must have wrung the heart of anyone possessed of human feelings. I might not even look away when afraid lest my natural emotions got the upper hand. I had to watch coldly while the mothers with laughing or crying children went into the gas chambers. My pity was so great that I longed to vanish from the scene; yet I might not show the slightest trace of emotion. I had to see everything – I had to do all this because I was the one to whom everybody looked.’[geciteerd uit R. Hoess Commandant of Auschwitz, World, New York, 1959, p. 173).

Auschwitz 2

Kernpublicaties

  • Smeulers, A. (1996). Auschwitz and the Holocaust through the eyes of the perpetrators, 50 Driemaandelijks Tijdschrift van de Stichting Auschwitz, 23-55. (lees verder)
  • Smeulers, A. & W. Werner (2009). The banality of evil on trial, in: C. Stahn & L. van den Herik (Eds.) Future perspectives on international criminal justice, TMC Asser Instituut: Cambridge University Press, 24-43. (lees verder)


Voormalig Joegoslavië

De oorlog in voormalig Joegoslavië begon in 1991. De slachting in Srebrenica in juli 1995 waarbij volgens het internationale straftribunaal van voormalig Joegoslavië rond de 7.000 moslimmannen werden vermoord was daarbij een van de dieptepunten. Vooral de beelden van de uitgemergelde man in het gevangenenkamp Omarska staan bij velen nog op het netvlies. Had de wereld na de beelden uit Auschwitz niet beloofd dat zoiets nooit meer zou gebeuren? En nu gebeurde het opnieuw en niet zo maar ergens ver weg, maar weer in Europa, in voormalig Joegoslavië dat na het overlijden van Tito uit elkaar aan het vallen was. Hoe is dit geweld te verklaren: hoe konden de diverse bevolkingsgroepen die zolang relatief vreedzaam naast elkaar geleefd hadden elkaar zo te lijf gaan? Een van de verklaringen voor dit geweld was het ontstaan van een symbiotische verhouding tussen criminelen, paramilitaire organisaties en de overheid. Deze verhouding zorgde voor een normalisatie van het geweld. Waar de maatschappij normaal een remmende werking heeft op crimineel gedrag, werd dit nu omgedraaid. Dit leidde ertoe dat geweld genormaliseerd werd en een crimineel als Arkan kon uitgroeien tot een volksheld.

 

srebrenica 1


Kernpublicatie 

  • Weerdesteijn, M. & A. Smeulers (2011). Propaganda en paramilitairen – de normalisatie van geweld in het Servië van de jaren negentig, Tijdschrift voor Criminologie 53(4), 328-344. (lees verder)


Rwanda

In Rwanda in 1994 werd de Tutsi minderheid afgeschilderd als een gewelddadige groep die uit was op wraak en op het punt stond een genocide te plegen. In werkelijkheid waren de Hutu extremisten reeds bezig met het treffen van voorbereidingen voor de genocide. De propaganda machine was in volle werking, grote ladingen machetes en andere wapens werden besteld en opgeslagen en een lijst van Tutsi’s opgesteld. De vliegtuigcrash waarbij president Habyarimana om het leven kwam in de nacht van 6 op 7 april was de directe aanleiding voor het begin van de genocide. In die nacht veranderde het sociale leven op slag. Gematigde Hutu’s als premier Agathe Uwilingiymana werden vermoord, barricades blokkeerden de doorgang op alle wegen en Hutu’s werden opgeroepen om hun burgerplicht te doen, het land te beschermen en de vijand – de Tutsi’s – massaal te vermoorden en te doden. Er werden moordcommandos gevormd die onder leiding stonden van een of twee extremisten, meestal leden van de Interahamwe en 10 tot soms 100 gewone burgers. Gezamenlijk gingen zij op strooptochten – arresteerden Tutsis, verkrachtten en vermoordden hen en plunderden hun huizen. Veel meer dan in etnische haat is de verklaring voor het geweld in sociale interactie en groepsdynamiek te vinden, waarbij extremisten anderen meesleuren en in soms ook dwingen te verminken, vermoorden en verkrachten.

Rwanda 2 2013 047

Kernpublicatie

  • Smeulers, A. & L. Hoex (2010). Studying the Micro-dynamics of the Rwandan genocide, British Journal of Criminology, 50(3), 435-454. (lees verder)
  • Bijleveld, C., A. Morssinkhof, A. Smeulers (2009). Counting the countless – rape victimisation during the Rwandan genocide, International criminal justice review 19:2. 208-224. (lees verder)


Abu Ghraib en de War on Terror

De foto’s van de mishandelingen en seksueel getinte vernederingen door de Amerikaanse soldaten van Irakese gevangenen in de Abu Ghraib gevangenis in Irak schokten de wereld. Toenmalig president George Bush sprak van rotte appels in het Amerikaanse leger, maar het was geen incident en bovendien gebeurden de mishandelingen en vernederingen ook niet op eigen initiatief, maar waren ze een direct gevolg van de War on Terror die door de Amerikaanse regering gelanceerd werd na de aanslagen van 9/11. Die aanslagen op de VS waarbij bijna 3000 Amerikaanse burgers het leven lieten, waren een aanslag op de Amerikaanse samenleving die zijn weerga niet kende, met name ook omdat nadat het eerste vliegtuig de eerste Twin Tower had doorboord, live op televisie te volgen was hoe een tweede vliegtuig regelrecht op de tweede Twin Tower afvloog en ook deze doorboorde. Hierdoor drong het besef door dat het hierbij niet om een ongeluk maar om een doelgerichte aanval ging. De aanslag was zo onverwacht geweest, had zulke dramatische gevolgen dat de toenmalige regering Bush alles in het werk stelde om vergelijkbare aanslagen in de toekomst te voorkomen, de daders op te pakken en de Amerikaanse samenleving weer veilig te maken. In hun ijver deze overigens volstrekt legitieme doeleinden te bereiken en in de overtuiging dat er onvoldoende legitieme middelen beschikbaar waren om deze doelen te realiseren, greep de Amerikaanse regering naar illegitieme middelen die uiteindelijk tot onder andere de mishandelingen en vernederingen in Abu Ghraib leidden. In de politieke retoriek werden neutralisatietechnieken gebruikt om het geweld te legitimeren en goed te praten. De rechten van de verdachten werden vanwege de oorlogssituatie opgeschort en buitenwerking verklaard en het leger en alle rekruten werden doordrongen van het belang om het land en de Amerikaanse idealen en levensstijl te beschermen. In een sfeer waarin geweld geleidelijk aan gelegitimeerd werd en het gebruik van extreme maatregelen werd goedgekeurd en aanbevolen, vonden in toenemende mate vernederingen en mishandelingen plaats. Het feit dat de rekruten hun handelen op foto’s vastlegde, maakt duidelijk dat ze hun eigen gedrag niet als iets strafbaars zagen.

Kernpublicaties 

  • Smeulers, A. (2011). Standard operating procedure, in: F. Koenraadt & R. Wolleswinkel (Red.). Homo ludens en humaan strafrecht – funderen – vergelijken – onderwijzen, Den Haag: Boom Lemma Uitgevers, 257-270.
  • Smeulers, A. & S. van Niekerk (2009). Abu Ghraib and the War on Terror – a case against Donald Rumsfeld?, Crime, Law and Social Change 51(3-4), 327-349. (lees verder)