Sinds de gruweldaden van de Nazi’s ten tijde van de Tweede Wereldoorlog publiekelijk bekend werden, is het verbod op extreme vormen van geweld in het internationale recht vastgelegd. Ieder mens kan aanspraak maken op een aantal in verdragen vastgelegde universele en onvervreemdbare rechten. Toch zijn deze rechten in grote delen van de wereld verre van gewaarborgd en hebben volgens een rapport van de Wereld Gezondheid Organisatie (WHO, 2002), meer dan 191 miljoen mensen in de twintigste eeuw hun leven verloren in periodes van collectief geweld. Dergelijke vormen van geweld zijn vaak politiek geïnspireerd en worden geïnitieerd door politieke gezagsdragers die hun macht willen behouden of vergroten of juist politieke macht willen vergaren. Het geweld zelf vindt plaats in een sociale context die het gebruik van dit geweld lijkt te legitimeren en te rechtvaardigen. Slachtoffers worden gedehumaniseerd en bestempeld als gevaarlijke vijanden die gefolterd en gedood moeten worden om een bepaald gedachtegoed of een bepaald volk of land te beschermen. Extreme methodes worden gerechtvaardigd geacht om het land te beschermen en een betere maatschappij te bewerkstelligen. Middels propaganda wordt het volk gemobiliseerd en politie en leger worden ingezet om met alle mogelijke middelen de orde en rust te herstellen. In een dergelijke context worden de meest afschuwelijke misdrijven eerder begaan vanuit idealisme dan vanuit pure moorddadigheid.

Iedere case studie waarbij internationale misdrijven plaatsgevonden hebben, heeft zijn eigen typerende kenmerken en dient apart te worden onderzocht. Toch zijn er een aantal gemeenschappelijke factoren die vaak terug komen. Internationale misdrijven vinden vaak plaats in staten die al gekenmerkt worden door politiek geweld en politieke onrust. Het kan daarbij gaan om een oorlogssituatie of een politieke crisis. De leiders van staten die gebruik maken van geweld zijn vaak autoritaire leiders die een extreme ideologie aanhangen. Een ideologie die geweld legitimeert en veelal ook bepaalde bevolkingsgroepen uitsluit, vaak omdat zij een geprivilegieerde minderheid vormen die verantwoordelijk gehouden wordt voor de misstanden in de maatschappij. Media zijn een veel gebruikt medium om de propaganda onder de bevolking te verspreiden.

In extreme gevallen kan het gehele staatsapparatuur in een grote vernietigingsmachine veranderen. De politieke leiders en machthebbers legitimeren de politieke maatregelen, het bureaucratische middenkader zorgt voor de organisatie en de voetsoldaten van leger en politie voeren de maatregelen uit. Zij staan onder aan de ladder in strak hiërarchisch gestructureerde gemilitariseerde eenheden en hebben veelal de wettelijke plicht bevelen van hun superieuren op te volgen en te gehoorzamen. Door de gebruikte propaganda zijn velen daardoor in de veronderstelling dat zij in het belang van de staat handelen en het juiste doen.

Achtergronden

 

 

Kernpublicaties

  • Smeulers, A. & F. Grünfeld (2011). International crimes and other gross human rights violations – a multi- and interdisciplinary textbook, Leiden: Brill - Martinus Nijhoff. (lees verder)
  • Smeulers, A. & L. Hoex (2010). Studying the Micro-dynamics of the Rwandan genocide, British Journal of Criminology, 50(3), 435-454. (read more)
  • Smeulers, A. & S. van Niekerk (2009). Abu Ghraib and the War on Terror – a case against Donald Rumsfeld?, Crime, Law and Social Change 51(3-4), 327-349. (read more)
  • Bijleveld, C., A. Morssinkhof, A. Smeulers (2009). Counting the countless – rape victimisation during the Rwandan genocide, International criminal justice review 19:2. 208-224. (read more)

 

Nederlandstalige kernpublicaties

  • Smeulers, A. (2012). In opdracht van de staat – gezagsgetrouwe criminelen en internationale misdrijven, Tilburg: prismaprint. (read more)
  • Weerdesteijn, M. & A. Smeulers (2011). Propaganda en paramilitairen – de normalisatie van geweld in het Servië van de jaren negentig, Tijdschrift voor Criminologie 53(4), 328-344. (read more)
  • Smeulers, A. (2011). Standard operating procedure, in: F. Koenraadt & R. Wolleswinkel (Red.). Homo ludens en humaan strafrecht – funderen – vergelijken – onderwijzen, Den Haag: Boom Lemma Uitgevers, 257-270.